G.A.Maas:
Ik weet niet precies hoe afstanden in het heelal bepaald worden, maar er zit mij het volgende dwars.
Stel dat ons nu e.m. straling (evt achtergrondstraling) bereikt waarvan aangenomen wordt dat die straling er zeg 13 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. Dan zou de bron die straling dus 13 miljard jaar geleden uitgezonden hebben. Waar waren "wij" toen? Het heelal dijt uit. Als "we" toen veel dichter bij de bron waren dan nu, waarom heeft die straling ons dan niet al veel eerder bereikt?? Is de -constante- lichtsnelheid van nu misschien afhankelijk van bijvoorbeeld de "dichtheid" van het heelal? En vroeger, bij grotere "dichtheid" kleiner dan nu? Bedankt voor antwoord!
| Antwoord: | De uitdijing van ons Heelal ontstaat niet doordat de materie beweegt door een reeds bestaande ruimte, waarin je gewoon kunt spreken van reistijden en afstanden. Het is de ruimte zelf die uitdijt, en de gemiddelde positie van de materie blijft dus "op zijn plaats". Het is alsof je een bouwtekening van het Heelal hebt, waarop maar een ding verandert, namelijk de schaal. Staat er nu schaal 1:100, dan is dat over (b.v.) 500 miljoen jaar 1:105, en 500 Myr geleden 1:95 en zo minder totdat, 13,7 miljard jaar geleden, er schaal 1:0 op die bouwtekening stond. "Wij" waren dus ongeveer waar we nu zijn, alleen bestonden "wij" uit een hete soep van elementaire deeltjes, in bijna perfect evenwicht. |
| Door: | Vincent Icke, Sterrewacht Leiden |